Preview: World of Warcraft Forever
3 oktober 2026Soms weet je dat iets niet goed voor je is, en doe je het toch. Een sigaret. Een glas te veel. Een maaltijd waarvan je halverwege al weet dat je beter iets anders had kunnen bestellen. We kennen allemaal die merkwaardige menselijke neiging om af en toe bewust te zondigen. Niet omdat we niet weten wat beter voor ons is, maar juist omdat we dat heel goed weten. Na bijna acht jaar foutloos te zijn geweest, bekroop mij onlangs opnieuw dat gevoel. Een verlangen dat ik lange tijd keurig had weggestopt. Ik wist dat ik beter niet kon toegeven. En toch wilde ik het. Ik moest zondigen. Mijn zonde heet World of Warcraft.
Ik speelde de originele game vanaf 2005, het jaar waarin Blizzard zijn immens populaire onlinewereld ook in Europa opende. Mijn eerste personage was een human warrior. Ik zie het nog altijd voor me: de eerste stappen door Stormwind, het struinen door Elwynn Forest en dat bijna kinderlijke gevoel van verwondering toen ik voor het eerst iemand op een hippogryph door de lucht zag vliegen. Ik had geen idee dat het simpelweg de manier was om snel door Azeroth te reizen. Voor mij was het magie.
Jarenlang was World of Warcraft een vast onderdeel van mijn leven. Misschien wel een iets té vast onderdeel. Mijn human warrior maakte uiteindelijk plaats voor een Night Elf Hunter. Chatzu heette hij, en jarenlang was hij mijn digitale metgezel. Samen beleefden we duizenden uren in Azeroth. We trokken eropuit, vochten, ontdekten nieuwe gebieden en zagen de wereld van World of Warcraft langzaam veranderen. Tot ik in 2018 besefte dat het genoeg was. De game nam te veel tijd in beslag. Wat ooit ontspanning en avontuur was geweest, begon een ongezonde vorm aan te nemen. Er ging simpelweg te veel van mijn leven naar een digitale wereld. Dus stopte ik. Niet geleidelijk. Niet met de belofte dat ik ‘ooit wel weer eens zou kijken’. Gewoon cold turkey. World of Warcraft werd van mijn Mac verwijderd en ik keek niet meer achterom.
Althans, dat probeerde ik. Want helemaal weg was het nooit. Ergens bleef het kriebelen. Dat gevoel van thuiskomen in een wereld die al dertien jaar een deel van mijn leven was geweest, verdween nooit helemaal. En toen kwam Blizzard. Tijdens BlizzCon kondigde het bedrijf onlangs World of Warcraft: Forever aan. Een ‘nieuwe’ versie van de klassieke game, die naast Retail, het huidige World of Warcraft, en World of Warcraft Classic moet gaan bestaan. Forever grijpt terug naar het begin. Blizzard noemt het zelf een ‘verse start’, gebouwd rond de beste elementen uit de vroegere jaren, maar zonder simpelweg het verleden opnieuw af te spelen.
Azeroth wordt uitgebreid. Er komen nieuwe gebieden, zoals Mount Hyjal, Zephras Isle en Riverglades. Bekende gebieden worden groter, verder uitgediept met dungeons, geheimen en nieuwe verhalen. Er zijn raids voor tien en twintig spelers. En alsof dat nog niet genoeg is, komen er nieuwe classes, skills, talents, races en andere toevoegingen. Blizzard omschrijft het zelfs als een wereld die je digitale thuis kan worden. Gevaarlijke woorden voor iemand die zichzelf ooit heeft beloofd dat hij daar niet meer zou gaan wonen.
Tegelijkertijd zit precies daar misschien wel de aantrekkingskracht. World of Warcraft: Forever draait niet zozeer om het bereiken van een eindpunt, maar om de reis ernaartoe. De levelcap is zestig. En dat blijft zo. Geen Burning Crusade. Geen Wrath of the Lich King. Geen eindeloze tocht richting een steeds hoger getal. Het is Azeroth zoals we die ooit leerden kennen. Herkenbaar, maar niet hetzelfde. Met een grafische opknapbeurt, meer dan duizend nieuwe quests en een wereld die vertrouwd aanvoelt, maar opnieuw ontdekt kan worden. Misschien is dat uiteindelijk wat mij zo aantrekt. Het voelt als het weerzien met een oude vriend. Je hebt elkaar bijna acht jaar niet gesproken. In de tussentijd is het leven doorgegaan. Jij bent veranderd. De ander ook. De herinneringen zijn hetzelfde gebleven, maar wanneer je elkaar opnieuw ontmoet, blijkt niets meer precies zoals vroeger. En juist daarom kan het mooi zijn. Dus bezweek ik. World of Warcraft: Forever werd toegevoegd aan mijn Blizzard-account. Met een gezonde dosis twijfel, een flinke scheut nostalgie en vooral veel nieuwsgierigheid stapte ik opnieuw Azeroth binnen. Niet om het verleden terug te halen. Maar om te ontdekken wat er nog voor me ligt.
Ik wil tijdens deze preview nog niet te veel ingaan op alle nieuwe systemen, de precieze meerwaarde van Forever en de honderden nieuwe quests die op mij liggen te wachten. Daar komt later nog uitgebreid de ruimte voor. Voor nu gaat het mij vooral om het gevoel. Want nog voordat ik goed en wel besefte waar ik precies mee bezig was, voelde het alweer vertrouwd. Natuurlijk koos ik voor een Skyborne, het nieuwe ras waarmee mijn avontuur begint op Zephras Isle. Interessant is dat de Skyborne zich zowel bij The Alliance als bij de Horde kunnen aansluiten. Met de herinneringen aan mijn oorspronkelijke Night Elf Hunter nog vers in het achterhoofd, was de keuze snel gemaakt. Ik koos opnieuw voor The Alliance en werd geboren in een wereld die nieuw is, maar tegelijkertijd vertrouwd aanvoelt.
Op Zephras Isle is de situatie verre van rooskleurig. De windgeesten die het eiland ooit beschermden, zijn verdwenen; eeuwenoude bouwwerken beginnen langzaam af te brokkelen; gemeenschappen raken van elkaar geïsoleerd; en de Skyborne zelf zijn verdeeld over de vraag wat de toekomst moet brengen. Het eiland vormt daarmee een volledig nieuwe startzone. Het is een plek die meteen een eigen identiteit heeft, zonder dat het voelt alsof je Azeroth verlaten hebt.
Een belangrijk onderdeel van die geschiedenis is The High Order, een groep die afstamt van de oude Highborne-geleerden van Eldre’Thalas. Toen de windgeesten van Zephras Isle verdwenen, werd pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk de Skyborne waren geworden van hun elementaire beschermers. Die afhankelijkheid maakte hen kwetsbaar. Een nieuwe generatie van The High Order wordt daarom naar Azeroth gestuurd om verloren gegane arcane kennis terug te winnen. Niet alleen om de kracht van het verleden te herstellen, maar vooral om ervoor te zorgen dat de Shen’dorei uiteindelijk op eigen benen kunnen staan. Het is precies het soort verhaal waar World of Warcraft zo goed in is: een eeuwenoude geschiedenis, een volk op een kruispunt en een nieuwe generatie die moet bepalen wat er van het verleden behouden blijft. Nee, het duurde niet lang voordat World of Warcraft mij opnieuw volledig wist te grijpen met zijn diepe lore, fantastische wereld en de vele avonturen die voor mij lagen.
Natuurlijk valt ook direct op hoeveel mooier de game is geworden. Nee, World of Warcraft is nog steeds geen game die probeert de meest realistische graphics op het scherm te toveren. Dat hoeft ook helemaal niet. Juist de herkenbare stijl is altijd een van de sterke punten van de game geweest. World of Warcraft moet een wereld zijn die op zoveel mogelijk computers kan draaien en tegelijkertijd een eigen gezicht heeft. Op mijn nieuwe MacBook M5 Pro kon ik de game echter op de hoogste instellingen spelen, waardoor de dromerige landschappen mooier dan ooit tot leven kwamen. Vooral de nieuwe belichting en watereffecten springen eruit. Bossen voelen dieper, luchten lijken verder weg en het water vangt het licht op een manier die Azeroth soms bijna schilderachtig maakt. ‘WoW’ oogt als een sprookje, als een droom die je binnenstapt. Maar onder die kleurrijke wereld blijft de werkelijkheid hard. De oorlog om Azeroth is nooit ver weg.
Mijn eerste uren in de bèta werkten daardoor op twee verschillende manieren. Aan de ene kant genoot ik van het ontdekken van een ‘nieuwe wereld’, het spelen met een Skyborne en het voltooien van de vele quests tot level 20, op het moment van schrijven de limiet van de bèta. Maar eigenlijk genoot ik nog meer van het weerzien met een game die ik jaren geleden bewust achter mij had gelaten. Misschien juist omdat World of Warcraft Forever binnen een paar uur weer duidelijk wist te maken waarom ik ooit zo voor het spel gevallen ben. De spelers, de wereld, de muziek, het verhaal, de enorme hoeveelheid lore en de bijna absurde hoeveelheid diepgang: het is allemaal nog steeds aanwezig. Tegelijkertijd blijft de drempel om die wereld binnen te stappen verrassend laag. Er zijn honderden systemen, mogelijkheden en manieren om je tijd door te brengen, maar niets voelt zo overweldigend dat je direct het overzicht verliest. Het voelde als een warm bad waarin ik opnieuw plaatsnam. Een bad dat al die jaren een beetje lauw op mij heeft staan wachten, geduldig, totdat ik mijn tenen er weer in durfde te steken.
Dat is natuurlijk nostalgie. Maar wanneer je World of Warcraft nog nooit hebt gespeeld, lijkt Forever tegelijkertijd een fantastische plek om te beginnen. Misschien is dit wel de meest complete versie van Azeroth die Blizzard ooit heeft gemaakt. De bekende quests die al decennialang door spelers worden beleefd, zijn opnieuw aangepast, verbeterd en uitgebreid, terwijl nieuwe missies voortbouwen op alles wat Blizzard sinds de oorspronkelijke release in 2004 heeft geleerd. Voor mij moest het spel echter vooral ook weer als nieuw voelen. Daarom besloot ik iets te doen wat ik jarenlang nooit voor mogelijk had gehouden: World of Warcraft spelen met een controller. Mijn Xbox Elite Series 2 werd verbonden met mijn MacBook en binnen enkele seconden was ik met de controller in mijn handen door Azeroth aan het lopen. Waar ik altijd had gedacht dat een controller weinig geschikt zou zijn voor een game met zoveel vaardigheden en systemen, bleek Blizzard de besturing verrassend goed te hebben geoptimaliseerd. Zelfs zonder muis en toetsenbord voelde het natuurlijk. Ook op mijn ROG Ally X speelde Forever heerlijk. Op een kleiner scherm, ergens onderweg, even Azeroth binnenstappen heeft iets bijzonders. Alsof je die enorme wereld ineens met je meeneemt. De deur naar een toekomstige consoleversie lijkt daarmee in ieder geval op een kier te staan.
Ja, ik praat veel over gevoel in deze tekst. Misschien wel meer dan over de daadwerkelijke systemen van World of Warcraft Forever. Maar uiteindelijk is dat ook precies wat World of Warcraft voor mij is. Een gevoel aan vroeger. Aan een tijd waarin ik vele, vele uren per dag doorbracht in een digitale wereld die op sommige momenten beter voelde dan mijn eigen wereld. Een tijd waarin een game mij hielp om door een moeilijke periode heen te komen. Een game waarin ik vrienden maakte, herinneringen verzamelde en verhalen beleefde die ik tot op de dag van vandaag met mij meedraag.
Daarom is het zo bijzonder om dit allemaal opnieuw mee te mogen maken, maar dan in een versie van World of Warcraft die groter, mooier en tegelijkertijd vertrouwd aanvoelt. Alsof je een oud fotoalbum openslaat en ontdekt dat sommige foto’s nog precies zo zijn als je ze je herinnerde, terwijl andere ineens nieuwe details bevatten die je vroeger nooit hebt gezien. Wanneer de volledige versie over enkele weken verschijnt, vlak voor de release van Grand Theft Auto VI, blijft er voor mij dan ook één belangrijke vraag over. Durf ik mijn gametijd opnieuw te verlengen? Durf ik opnieuw een personage aan te maken, een naam te kiezen en mezelf weer urenlang onder te dompelen in de wereld van Warcraft?
Eigenlijk heb ik het antwoord al gegeven. Ik durf het alleen nog niet helemaal aan mezelf toe te geven. Ik zie je in Azeroth.
