Waarom we nog steeds over de E3-periode spreken

Waarom we nog steeds over de E3-periode spreken

2 juni 2026 Uit Door Bas van Dun

De showcaseperiode is weer aangebroken. Voor de jongere generatie gamers betekent dat waarschijnlijk een paar weken vol livestreams, trailers en showcases. De ene presentatie op YouTube volgt de andere op. Xbox toont zijn nieuwste projecten, PlayStation komt met verrassingen, onafhankelijke ontwikkelaars krijgen hun moment in de schijnwerpers en ergens tussendoor duikt er altijd wel een onverwachte aankondiging op die het internet voor een paar uur compleet op zijn kop zet. Maar voor veel gamers betekent deze periode nog iets anders.

Want ooit was er een tijd waarin dit allemaal draaide om één evenement. Eén locatie. Eén week per jaar waarop de complete game-industrie leek stil te staan om vervolgens in een paar dagen tijd de toekomst te onthullen. Die beurs heette de Electronic Entertainment Expo. De E3. Hoewel de beurs inmiddels al jaren niet meer bestaat, voelt juni voor veel gamers nog steeds als de maand van de E3. Dat zegt eigenlijk alles. Want hoe vaak gebeurt het dat een evenement zó belangrijk wordt dat de naam ervan blijft bestaan, zelfs nadat het evenement zelf verdwenen is? Vraag een gamer van boven de dertig wat de E3 was en je krijgt waarschijnlijk geen droog antwoord over een vakbeurs in Los Angeles. Je krijgt verhalen. Verhalen over nachten doorhalen voor een persconferentie. Verhalen over eindeloos discussiëren op fora. Verhalen over aankondigingen die letterlijk kippenvel veroorzaakten.Want de E3 was nooit zomaar een beurs. De E3 was een gebeurtenis. Een cultureel moment. Een jaarlijkse viering van alles wat gaming zo bijzonder maakte.

Tegenwoordig zijn we verwend. Nieuws verschijnt het hele jaar door. Elke maand is er wel een nieuwe showcase, een Nintendo Direct, een State of Play of een Developer Deep Dive. Aankondigingen worden op willekeurige dinsdagmiddagen de wereld in geslingerd via sociale media. Maar toen werkte dat anders. Veel uitgevers bewaarden hun grootste onthullingen maandenlang voor de E3. Geen tweets. Geen teasers van drie maanden. Geen eindeloze marketingcampagnes. Je wachtte simpelweg af. En vervolgens barstte ergens in juni de bom. Ineens stond daar een nieuwe console, een onverwacht vervolg of een compleet nieuwe franchise. Een trailer die iedereen de volgende dag op school of op kantoor had gezien. De E3 was de plek waar geschiedenis werd geschreven.

De eerste editie vond plaats in 1995, een jaar waarin de game-industrie op een belangrijk kruispunt stond. Sega, Nintendo en Sony vochten om de aandacht van de consument. De PlayStation moest zichzelf nog bewijzen. De Nintendo 64 bestond vooral uit beloftes. En 3D-gaming stond nog in de kinderschoenen. Het was de perfecte timing. De industrie had behoefte aan een centraal podium. Een plek waar hardwarefabrikanten, uitgevers, ontwikkelaars en journalisten samen konden komen. En dat werd de E3. Vrijwel direct groeide de beurs uit tot een gigantisch succes. Waar buitenstaanders videogames nog vaak zagen als speelgoed voor kinderen of een hobby voor nerds, liet de E3 zien dat er iets veel groters aan het ontstaan was. De industrie groeide. De technologie ontwikkelde zich razendsnel. De ambities werden ieder jaar groter. En de E3 groeide mee.

Wat begon als een vakbeurs veranderde langzaam in het grootste gaming-evenement ter wereld. Het was de plek waar de consoleoorlogen werden uitgevochten. Waar Sony, Microsoft en Nintendo jaarlijks probeerden elkaar te overtreffen. Waar uitgevers miljoenen investeerden in spectaculaire presentaties die soms meer weg hadden van rockconcerten dan van zakelijke demonstraties. Wie er niet bij was, miste iets. Niet alleen de bezoekers in Los Angeles, maar ook de miljoenen kijkers thuis. Want juist daar ontstond het echte E3-gevoel. Voor Europese gamers betekende de E3 vaak slapeloze nachten. Persconferenties begonnen regelmatig midden in de nacht. Normale mensen lagen te slapen. Maar gamers zaten achter hun scherm met chips op tafel. MSN Messenger stond open, een forum draaide in een tweede venster en daarnaast liep een livestream waarvan je maar hoopte dat die niet vastliep. Terwijl een zaal vol journalisten in Los Angeles applaudisseerde voor een nieuwe aankondiging, explodeerden duizenden chatgesprekken tegelijk. “Heb je dit gezien?” “Dat is onmogelijk.” “Dit wordt de beste game ooit.” “Dat ziet er nep uit.”

Het maakte niet uit of je in Nederland, Duitsland, Amerika of Japan woonde. Iedereen beleefde hetzelfde moment. Dat klinkt misschien normaal in een tijdperk van Discord, Twitch en sociale media, maar destijds was dat bijzonder. De E3 verbond gamers van over de hele wereld, lang voordat online communities zo vanzelfsprekend waren als nu. En natuurlijk waren er de legendarische momenten. De aankondiging van de eerste Xbox 360-games. De onthulling van de Nintendo Wii. De introductie van Kinect. De aanval van Sony op Microsoft. De eerste beelden van games als Halo 3, Gears of War, The Last of Us en Skyrim. Sony die een nieuwe PlayStation presenteerde. Nintendo die weer eens een presentatie gaf die tegelijkertijd briljant én ongemakkelijk was.

Iedere generatie gamers heeft zijn eigen E3-herinneringen. Dat was juist de magie. De E3 voelde niet als een serie persconferenties. De E3 voelde als geschiedenis die voor je ogen werd geschreven. Natuurlijk ging niet alles altijd goed. Sterker nog, sommige van de meest memorabele momenten ontstonden juist wanneer dingen volledig misgingen. Onhandige demonstraties, technische problemen en ontwikkelaars die zichtbaar nerveus waren. Presentatoren die compleet de mist ingingen. Maar juist daardoor voelde het echt. Tegenwoordig zijn veel showcases strak geregisseerd. Elke seconde is gepland. Elke trailer is perfect gemonteerd. Tijdens de E3 wist je nooit helemaal wat er zou gebeuren. En dat maakte het spannend. Michel Ancel in tranen bij de beelden van Beyond Good and Evil 2 bijvoorbeeld. Of de euforie in de zaal toen Microsoft backwards compatibility onthulde. Legendarische momenten die ik nooit meer vergeet.

Zelfs toen de beurs in 2007 tijdelijk werd afgeschaald en verhuisde naar een veel kleiner format, bleef dat gevoel bestaan. De magie zat uiteindelijk niet alleen in de grootte van de beursvloer. De magie zat in de verwachtingen. In het idee dat alles mogelijk was. Dat de volgende grote verrassing om de hoek kon liggen. Dat ene moment waarop de zaal donker werd, een logo verscheen en iedereen direct wist dat ze naar iets bijzonders zaten te kijken.

Toen kwam 2020. De wereld veranderde. Mensen mochten hun huis niet uit. Een verschrikkelijk virus deed zijn ding. Evenementen werden afgelast en de E3 verdween. Aanvankelijk leek dat tijdelijk. Maar naarmate de jaren verstreken, werd steeds duidelijker dat de industrie een andere richting was ingeslagen. Uitgevers ontdekten dat ze geen fysieke beurs meer nodig hadden. Nintendo had met zijn Directs eigenlijk al jaren laten zien dat het ook anders kon. Sony volgde. En Microsoft ook. Iedereen begon zijn eigen moment te kiezen. En langzaam verloor de E3 haar functie. Tot uiteindelijk het definitieve einde werd aangekondigd.

Op papier stierf de E3 in 2023. Maar in werkelijkheid leeft ze nog steeds. Want kijk naar deze maand. Kijk naar de Xbox Games Showcase. Kijk naar Summer Game Fest. Kijk naar Sony’s State of Play. Kijk naar alle presentaties die elkaar de komende dagen gaan opvolgen. Dit is nog steeds dezelfde periode. Nog steeds datzelfde gevoel van verwachting. Nog steeds die weken waarin de gamewereld even volledig draait om wat de toekomst gaat brengen. Daarom voelt deze showcaseperiode voor zoveel gamers nog altijd als de E3. Niet omdat de beurs nog bestaat. Maar omdat de herinnering eraan nog altijd bestaat. Omdat de E3 een generatie gamers heeft gevormd. Omdat het de plek was waar gaming volwassen werd. Waar videogames uitgroeiden van een nichehobby tot de grootste entertainmentindustrie ter wereld. Waar miljoenen mensen ontdekten dat ze niet alleen waren in hun passie.

Misschien is dat uiteindelijk wel de echte nalatenschap van de E3. Niet de aankondigingen, niet de trailers, niet de consoles. Maar het feit dat ze ons samenbracht. Voor een paar dagen per jaar voelde het alsof de hele wereld even naar gaming keek. En als iemand die daar jaar na jaar naar uitkeek, kan ik alleen maar zeggen dat ik haar soms nog steeds mis. De moderne showcases zijn goed. Soms zelfs beter. Maar ze voelen zelden zo speciaal als die ene week in Los Angeles. Die week waarin alles mogelijk leek. Die week waarin de toekomst werd onthuld. Die week waarin gaming even het centrum van de wereld was. De E3 is verdwenen. Maar vergeten? Dat zal ze nooit worden.